Het einde van mijn Master in de Psychologie komt er aan en dus ook mijn thesis. Om mijn thesis voor te bereiden moest ik dit jaar een literatuurstudie doen over mijn thema. Dat wil zeggen dat ik meer dan twee maanden met mijn neus in de boeken en de wetenschappelijke literatuur heb gezeten om meer te weten te komen over wat er al bestond over het Creatieve Dagboek. Ja! Ik mag een thesis schrijven over het effect van het Creatieve Dagboek in therapie.

Om de beginnen bestaat er heel weinig literatuur over. Maar wees niet teleurgesteld, ik schreef er desondanks zo’n 15 bladzijdes over! Er valt dus wel IETS te lezen. Wetenschappelijk onderzoek is echter wat het is: altijd genuanceerd en dus nooit een waarheid stellend, enkel een stukje onthullend van de werkelijkheid. (vergis jullie niet ! wetenschap stelt geen absolute waarheid, wie wetenschap zo gebruikt, is niet met echte wetenschap bezig)

Het Creatieve Dagboek kan je opsplitsen in 2 delen: het schrijven en het beeldende stuk. Hier enkele van de meest belangrijke bevindingen op een rijtje:

  • Schrijven is het meest (statistisch) onderzocht van de twee. Waarschijnlijk ook omdat het effect van schrijven gemakkelijker te meten is: schrijven is schrijven, meer is dat niet. Het beeldende stuk kan vanalles zijn: kleien, tekenen, schilderen, collages maken, … allemaal verschillende soorten handelingen en dus moeilijker te onderzoeken.
  • Veel onderzoek naar expressief schrijven werd uitgevoerd door de socioloog James Pennebaker, professor psychologie in Texas. Zijn eerste onderzoek (in 1986!) was met mensen die een trauma hadden meegemaakt. Hij stelde vast dat de groep die zowel cognitieve als emotionele aspecten van een traumatische gebeurtenis neerschreven, het meeste effect voelden van de schrijfopdracht. Wat wil dat zeggen? Dat je best niet enkel over de feiten schrijft, maar ook over de emoties. Combineer beide.
  • Qua fysieke effecten stelde Pennebaker vast dat de bloeddruk van alle schrijvende deelnemers significant gedaald was. Schrijven op zich heeft al een effect. Het hoeft dus niet per sé over traumatische gebeurtenissen te gaan. Ook schrijven over intens positieve gebeurtenissen kan bijdragen tot een goede gezondheid, waarschijnlijk omdat de schrijver op die manier inzicht krijgt in zijn prioriteiten, een beter begrip opbouwt van zijn of haar emotionele reacties, wat dan weer de fysieke gezondheid bevordert. Wat wil dat zeggen? Schrijf ! Schrijf, schrijf, schrijf, schrijf … over het moeilijke, het leuke, het slechte, het goeie, … schrijf ! Het is goed voor je gezondheid.
  • Verder bleek schrijven ook een effect te hebben op het immuunsysteem en heeft een korte termijnverandering in de activiteit van het autonoom zenuwstelsel. Schrijven is dus letterlijk goed voor je fysieke gezondheid !
  • Hoewel de traumagroep meer negatieve stemming rapporteerde vlak na het schrijven, terwijl de niet-traumagroep zich net positiever voelde, bleek uit de metingen dat de stemming en het welzijn wel beter was bij de trauma-groep op lange termijn. Wat wil dat zeggen? Bij het schrijven over moeilijke gebeurtenissen ga je je misschien eerst tijdelijk slechter voelen, maar je welzijn is op lange termijn beter dan mensen die niet schrijven.
  • Men weet nog niet zo goed waarom het schrijven werkt. Een mogelijke verklaring is dat schrijven kan bijdragen tot het in een verhaal gieten van een gebeurtenis waardoor we die voor onszelf kunnen organiseren, assimileren en betekenis geven. We worden door het schrijven ook direct geconfronteerd, soms opnieuw en opnieuw, met wat ons overkwam, wat voor een proces van habituatie (lees: we worden het gewoon) en uitdoving zou kunnen zorgen. Op lange termijn kan schrijven ook delen van het geheugen vrijmaken, omdat bleek dat personen weken na hun schrijven minder aan hun emotioneel beladen ervaringen dachten en meer hun gedachten op andere domeinen van hun leven konden richten. Een andere verklaring kan zijn dat schrijven helpt om de gebeurtenis te organiseren in een coherent verhaal wat nieuwe perspectieven biedt, definities voor het probleem geeft of copingsstrategieën doet ontstaan.

Expressief schrijven lijkt dus een breed scala aan sociale, emotionele en fysieke gezondheidsbevorderende effecten te hebben voor zowel personen die stressvolle levenservaringen meemaken als voor personen die geen stressvolle gebeurtenissen meemaakten.

Om een beter inzicht te krijgen over het effect van het beeldende stuk, kan het best gekeken worden naar een therapievorm die beeldende of creatieve therapie heet.

  • De sterke kanten van creatieve therapie zijn de fysieke kant (het is actief en het lichaam is erbij betrokken), het feit dat het tegemoet komt aan de behoefte van de mens om iets te leren of te doen en dat het om een nieuwe taal gaat die je je eigen maakt.
  • De mogelijkheden om contact te maken met jezelf nemen toe en weggestopte emoties worden grijpbaar en voelbaar .

Het is zeer moeilijk om de effecten van creatieve therapie an sich te bepalen omdat in vele studies creatieve therapie wordt gecombineerd met andere interventies. De werking van creativiteit is ook heel complex en heeft met allerlei verschillende dingen tegelijk te maken. Om creativiteit en zijn effecten meetbaar te maken zou creativiteit in veel kleinere onderdelen moeten verdeeld worden. De studies die ik wel vond zijn studies op kleine groepen en kan je moeilijk veralgemenen, maar tonen wel aan dat het mooie effecten heeft.

  • een positieve verandering en groei bij kinderen die een hechtingsstoornis hadden in residentiële settings
  • een betere omgang met emoties bij 10-jarigen die werden geconfronteerd met familieproblemen (rouw en verschillende soorten stressoren)
  • een gevoel van veiligheid bij het exploreren van emoties bij vrouwen die een rouwproces ondergingen
  • een daling van cognitieve vervormingen bij gedetineerden
  • een versterking van de band tussen moeder en kind
  • een meerwaarde voor vrouwen met lupus en volwassenen met Alzheimer
  • een reductie van symptomen bij volwassenen met persoonlijkheidsstoornissen
  • statistisch significante verbeteringen in functioneren en stemming bij gedetineerden
  • het dalen van scores van angst, PTSD (post-traumatische stress) en dissociatie bij jonge vrouwen die seksueel misbruikt werden op jonge leeftijd
  • een positiever zelfbeeld bij moeders die last hadden van depressie
  • verbeteringen op vlak van depressieve en vermoeidheidssymptomen bij volwassenen met kanker
  • een statistische significante winst bij het gevoel van eigenwaarde bij adolescente meisjes in correctionele settings
  • minder vermijdingssymptomen voor kinderen en adolescenten met PTSD
  • een daling van angst en verbetering van stemming voor studenten
  • een statistisch significante stemmingsverbetering voor volwassen vrouwen met stadium 1 en 2 borstkanker en voor oudere volwassenen met dementie.

Steeds meer pogingen worden ondernomen om dit bescheiden aantal onderzoeken met hun veelbelovende resultaten te begrijpen en het onderliggende proces van creatieve therapie te achterhalen. Zo zijn er een aantal neurobiologische studies gedaan naar het effect van creatieve therapie op het brein.

  • Er is een onderzoek waarbij qEEG’s (kwalitatieve elektro-encefalogrammen) werden afgenomen bij kunstenaars en niet-kunstenaars tijdens het tekenen. Daaruit bleek dat alfagolven in onze hersenen bij tekenen een belangrijke rol spelen. Deze alfafrequenties werden uit eerder onderzoek al geassocieerd met zelfregulatie , visualisatie en geheugen, relaxatie,  intelligentie,  en divergent denken en creativiteit. Wat wil dit zeggen? Wanneer je tekent (alleen al tekenen!) produceren je hersenen golven die te maken hebben met zelfregulatie, visualisatie en geheugen, relaxatie,  intelligentie,  en divergent denken en creativiteit.

De onderzoeker Pizzaro deed een poging om het verschil in effect te meten tussen creatieve therapie en schrijftherapie. Zijn bevindingen toonden aan dat elk van beide zijn waarde heeft en dat verder onderzoek naar het gebruik van de combinatie van beide echt de moeite waard zou zijn!

  • Wat betreft schrijftherapie, bevestigde de studie van Pizarro de vorige studies: eerst zorgde de therapie voor meer negatieve stemmingen en drop-out, maar op de lange termijn was het resultaat beter, voor zij die volhielden.
  • De schrijfgroep haalde echter minder voldoening uit de ‘behandeling’ dan de tekengroep. Ze omschreven de behandeling als minder aangenaam, waren minder geneigd om de therapie verder te zetten of aan te bevelen aan vrienden en familie, ze voelden meer stress en hadden minder zin om hun ervaringen te delen met anderen. In tegenstelling tot de schrijfgroep, wilden de deelnemers van de tekengroep de therapie graag verder zetten en vonden ze deze heel voldoening gevend.
  • De groep die moest tekenen over een stressvolle of emotionele gebeurtenis had geen opvallende algemene gezondheidsverbetering zoals dat bij schrijven het geval was, wat deels verklaard zou kunnen worden doordat creatieve oefeningen onvoldoende cognitieve structurering bieden, één van de mogelijke verklaringen waarom schrijftherapie helpt om emotionele gebeurtenissen te plaatsen.

Er is zoals reeds gezegd weinig onderzoek naar het gebruik van beide mogelijkheden tegelijk in therapie, wat typisch is voor het Creatieve Dagboek en waar ik dus naar op zoek was. Ik vond hier maar één onderzoek over. Onderzoekster McNamee deed een case study (een studie op één persoon) en omschrijft een man bij wie de gesprekstherapie werd gefaciliteerd (lees: vergemakkelijkt) door het gebruik van non-verbale en verbale technieken samen.

  • Het creëren in beelden stimuleerde het construeren van metaforen en dus ook het ‘ontvouwen’ van zijn verhaal. Metaforen vergemakkelijken het verbaal discours.
  • McNamee stelde dat de rechterhemisfeer van de hersenen eerder een rauwe realiteit en emotionele waarheden weergeeft. De linkerhemisfeer geeft dan weer betekenis aan die realiteit. Het verhaal, of het narratief, dat met de linkerhemisfeer wordt gemaakt zorgt dan voor een integratie van de ervaringen van de rechterhersenhelft. De meeste personen kunnen gemakkelijk de informatie uit beide hersenhelften integreren.

Conclusie? Het samenvoegen van schrijf-, creatieve, en beeldende technieken in een dagboek kan dus verrijkend zijn omdat het non-verbale proces het verbale zou kunnen stuwen.

Pin It on Pinterest

Share This