Deze middag kriebelde mijn neus van enthousiasme toen de postbode toekwam met een pakketje voor mij: de dichtbundel ‘Stil verwateren’ van Geert de Kockere. Niet alleen is hij mijn favoriete dichter – ik krijg maar niet genoeg van zijn humor – maar deze keer kreeg ik zowat 567 bladzijden haïku’s van hem in mijn handen. Tijd om iets te doen met dat genre van poëzie.

Niet dat ik nog nooit haïku’s heb geschreven, integendeel … Ik heb eens een heel jaar elke dag een haïku geschreven. Ik koos het mooiste moment van de dag en probeerde het ‘te vangen’ in woorden, in de vorm van een haïku. Een soort dankbaarheidsdagboek, zo kan je het noemen. Nu nog, wanneer ik weinig tijd heb ‘s avonds, schrijf ik een haïku om toch iets van mijn dag op papier te zetten. Tip voor de bezige bijtjes dus.

Een haïku is een strakke Japanse dichtvorm bestaande uit 17 lettergrepen, verdeeld over 3 regels: 5 lettergrepen – 7 lettergrepen – 5 lettergrepen. Soms wordt ook een vast stramien gebruikt waarbij ofwel de eerste twee of de laatste twee regels één zin vormen en de eerste of de laatste daar wat losser van staat. De regels worden dan soms gescheiden door een punt, een puntkomma of een ander teken. De traditionele haïku ging vaak over de natuur en een hoogtepunt in een beleving. De moderne haïku gaat vaker over alledaagse dingen.

Deze dichtvorm heeft een lange geschiedenis die je zeker kan opzoeken als het ‘Haïku’ in google intikt. Het is de bedoeling om via een haïku ‘het moment’ te vangen in woorden. Het is een beknopte manier om de essentie weer te geven. Soms voelen mensen zich dan wat ‘gevangen’ in de structuur, maar als je steeds meer haïku’s begint te schrijven, begin je te merken dat die strakke structuur ook een gevoel van vrijheid geeft. Een beetje tegenstrijdig, ik weet het. Probeer het eens en je zal het voelen.

De structuur geeft ook de mogelijkheid om te spelen met taal. Lees maar eens wat haïku’s van Geert de Kockere en je zal zien dat ze helemaal niet droog zijn zoals men soms denkt van haïku’s. De korte tekstjes zijn pittig, speels en heel beeldrijk. Dat inspireerde me om er wat mee te doen …

Toen ik het boek bestelde, mocht is een cadeau kiezen dat erbij werd opgestuurd. Postkaartjes of een essay over de haïku. De essay natuurlijk ! Een boeiend boekje over de haïku, de geschiedenis, de vorm en de mening van Geert over haïku’s schrijven. Wat echt nieuw voor me was, was dat de haïku zijn oorsprong vindt in een ‘kettinggedicht’ (renga), waarbij de belangrijkste gast de openingsstrofe mocht schrijven (de hokku, of haïku) en daarna door andere gasten steeds een vervolg werd geschreven tot er een ellelang gedicht ontstond van tientallen, soms honderden strofen.

TO DO – neem het boek van Geert de Kockere, kies er de aantrekkelijkste haïku uit van de dag – je zou elke dag een andere kunnen nemen die bij je dag past – en schrijf er een vervolg aan. Zorg dan voor beeld door erbij te tekenen, kleur te gebruiken of er een passende foto uit een magazine bij te vinden.

Zo deed ik het …

Geert schreef terecht over zijn boek: “Het is een boek als een snoepjesdoos die je ergens op tafel hebt staan en waaruit je af en toe een snoepje neemt om even te verpozen en te genieten.”

Tekeningen van Nelleke Verhoeff (waarvan ik die met de paraplu’s koos en drukte met twee kleuren inkt).

Andere Japanse dichtvormen die je wel eens zouden kunnen inspireren: hakai, haibun, senryu, haiga, rengay, tanka, kyoka. (zie google OF het schitterende boek “Het schrijfhandboek” van Saskia de Bruin)

Pin It on Pinterest

Share This