Beste mr. W.

Ik was 18 en studeerde af in het middelbaar. Wiskunde had ik van U gekregen. Ik was die vervelende leerling die altijd de waarom-vraag stelde en vaak met haar hoofd in de wolken zat. Maar ik was ook die leerling die altijd haar huiswerk had gemaakt en die heel hard haar best deed, die weekends lang voor uw vak studeerde.

Ik was 18 en kreeg mijn diploma. Mijn wens was psychologie te studeren want ik wou psychotherapeut worden. U zei dat ik niet slim genoeg was om die opleiding te starten want mijn rekenwerk was “onvoorstelbaar slecht” (uw woorden op mijn rapport). Bovendien maakte ik teveel ‘timmermans-fouten’ (in uw humor waren dat domme fouten). Ik was gebuisd op uw vak (vooral statistiek), net zoals alle anderen van mijn klas. Unief was dus niets voor mij. Als onzeker ding heb ik die richting dus niet gekozen en ben ik leerkracht geworden.

Niet dat ik klaag. Ik ben 15 jaar gelukkig geweest als leerkracht. Toen ik dit beroep uitoefende, begon ik echter te begrijpen dat als een hele klas gebuisd is, dat er een probleem is bij de leerkracht en niet bij de leerling. Dus langzaam groeide weer die oude droom om psychologie te studeren. Ik durfde niet. Ik ging op de dool in studeerland: tolk Vlaamse Gebarentaal, gezondheidsbegeleider, voetreflexologe, coach, creatieve therapie … Een hele omweg, met uiteindelijk nog altijd dat oorspronkelijke doel. Spijt heb ik er niet van. Het paste stuk voor stuk bij mij, het deed me stuk voor stuk groeien en dankzij dat allemaal heb ik een heel holistisch beeld van de mens. Misschien was ik ook op zoek naar een manier om me ‘slim’ te voelen. Maar slim genoeg voor de universiteit voelde ik me nog steeds niet.

En toen trouwde ik met een wiskundige. Die me zei: “je bent daar wel slim genoeg voor en die statistiek, daar sleur ik je door.” Hij die me dat duwtje gaf … de eerste dag unief was ik zo onder de indruk dat ik ‘s middags voor de les een bloeddrukval kreeg en ‘s avonds tijdens de les niet kon schrijven omdat mijn hand beefde. Ik, Sarah, aan de universiteit, hoe was het mogelijk. De Wiskundige thuis had me gezegd: “Unief, dat is iets anders dan hogeschool dus neem vakken die je boeien om eraan te wennen. Begin vooral niet met statistiek, want da’s te emotioneel.” Mijn eerste jaar haalde ik met glans. Was ik dan toch slim genoeg?

Het tweede jaar was het zover: statistiek. Voor mijn neus: een heel vriendelijke, zachte professor en een mega-enthousiaste assistente. Ik kreeg opnieuw hoop. Wat een fijne mensen ! En ze beantwoordden mijn waarom-vragen! Ik werkte keihard voor het examen.

in januari was het zover. Ik zat in de grote aula en dacht “Hier zit je dan, niet op je 18de, maar op je 36ste, om een examen statistiek af te leggen.” Ik las de eerste vraag en alles werd zwart. Ik kon het niet. Ik zag het niet. Ik deed er drie kwartier over om terug rustig te ademen en probeerde me vervolgens een weg te banen tussen alle woorden op het blad.

Gebuisd was ik. 8/20. Ik wist het de moment dat ik het blad afgaf. Ik ging het examen inkijken. Opnieuw een vriendelijke assistent die vraag per vraag met me overliep en me tips gaf. (en die me zei dat ik vooral aan stress-management moest doen). Ik kreeg nu 8 maanden om te ademen en opnieuw in mezelf te geloven. In het half jaar dat volgde kreeg ik een ander vak waar veel statistiek in voorkwam. Plots kreeg ik ook te zien waarvoor het gebruikt werd. Daarom dus! Opnieuw van een boeiend en vriendelijk persoon die me een heel geruststellend gevoel gaf. Ik slaagde op zijn examen. Kon ik die statistiek dan toch?

De dag van het herexamen statistiek begroef ik je diep in mijn tuin. Jouw woorden over mijn rekenwerk wou ik niet meenemen naar het examen. Ik wist dat ik het kon en jouw vernederende woorden had ik niet nodig. Het examen verliep zoals ik het verwacht had: ik bleef rustig, ik las, ik probeerde … sommige dingen gingen, andere dingen gingen minder. Ik was traag, omdat ik alles zo goed wou doen en dus ik kreeg niet elke opdracht gemaakt, maar ik voelde dat het goed zat.

Een week later het resultaat … ik ben geslaagd, mr. W.   70/100. Kunt ge dat geloven?

Geslaagd in statistiek en geslaagd in het (terug)vinden van mijn zelfvertrouwen en zelfwaardegevoel. Het heeft me zo’n 20 jaar gekost, maar kijk … het kan. En neen, misschien zal ik nooit een statistisch wonder zijn, misschien buis ik nog eens op deel 2 ook, maar dat maakt niet uit. Ik geraak er wel. En als ik wil, schop ik het nog tot psycholoog. Het is mogelijk.

Voor mij is dit ook een wijze les voor alle leerkrachten in het onderwijs: het is belangrijk om in de dromen van je leerlingen te geloven. Je weet maar nooit tot wat ze in staat zijn! Onderschat die ene dromer in de klas niet.

Het gaat je goed mr. W. Hopelijk is je pensioen even aangenaam als mijn leven.

Groeten,

Sarah

 

Deze post is opgedragen aan Nele, die vroeger zo vaak naast mij zat en uitleg gaf en zo hard in me geloofde, van in het begin. Aan Thomas, die mijn stress-buien moest opvangen, me heel wat uitleg gaf en in me blijft geloven. Aan mijn ouders, die me elke keer steunen in mijn keuzes. Aan professor Theuns en assistente Jennifer De Cremer, assistent Alain Isaac, aan professor Vantilborgh, en assistente Eva Staes, die me – met hun enthousiasme voor het vak – de statistiek écht geleerd hebben.

Pin It on Pinterest

Share This